Voedselbos en Permacultuur in Zuid-Frankrijk: 18 jaar leren, proberen en opnieuw beginnen
“Je plant iets, wacht even… en plukt de rest van je leven?”
Wij zijn de eerste generatie voedselbossers. De generatie die YouTube zag en dacht: ah, zo werkt het dus. “Je hoeft alleen maar te planten, even wachten en dan pluk je de rest van je leven fruit.” Die stemmen zijn er nog steeds, maar de ervaringsspecialisten weten inmiddels beter. Je blijft tuinieren, niet alleen maar één keer, een voedselbos is wel degelijk werk en je leert je hele leven.
Dit is ons verhaal. Niet om te ontmoedigen, maar om je mee te nemen in wat er gebeurt als je jarenlang met je voeten in de klei staat, in de hitte, met hoop, twijfel, verlies, magie en onverwachte overvloed.
Pionieren met voedselbos en permacultuur op zware kleigrond
Omdat we op een boerderij met vijf hectare grond wonen in Zuid-Frankrijk, hebben we ruimte om te experimenteren. Dat hebben we ook gedaan: met allerlei permacultuurprojecten zoals swales, food hedges en voedselbosstroken met een grote diversiteit aan kruiden, fruit- en notenbomen.
In het begin dachten we dat wij de plannen hadden. Dat wij aan het designen waren. Met de jaren werd het een samenwerking met de natuur. En eerlijk? We leerden het meest van alles wat misging. Ons eerste voedselbosveldje (500 m²) plantten we met de hand. We groeven met man en macht gaten in onze 99% kleigrond en zetten er mooie geënte appel-, peren- en pruimenbomen in. Toen kwam de zomer. Veertig graden. De grond droogde uit tot steen. Meer dan de helft van de aanplant haalde het niet.

Een rondje langs de swales en hoe de planten het doen
Swales: water vasthouden in droge zomers
Swales waren onze volgende aanplant. Die gingen veel beter. We vangen het water op uit het veld in op contour gegraven geulen, inclusief het water van de miezerige regenbuitjes die schaars zijn in de zuid Franse zomers, maar net genoeg om de meeste bomen en bosjes in leven te houden. Ons uitgangspunt is trouwens nooit geweest dat we een commerciële boomgaard met professionele productie wilden planten. We hebben altijd gezocht naar een systeem dat kan overleven in de tijd. Als we vandaag weggaan en over tien jaar terugkomen dat er dan nog steeds dingen te oogsten zijn. We zochten dus juist naar soorten fruitbomen die tegen droogte konden, de niet alsmaar gewaterd moeten worden of waar je met allerlei foefjes aan het vechten bent tegen vliegen en wormen.
We waren aan het pionieren ruim 15 jaar geleden, er was nog maar weinig informatie te vinden over wat voor soorten beter tegen droogte konden dan anderen en de zware klei in combinatie met spaarzaam watergeven zorgt voor een langzamere groei, maar in de swales overleefden in ieder geval de meeste bomen.
Bodembedekkers en mulchen: waar het bij ons bleef haken
De bodembedekkers… die bleven een pijnpunt. We mulchten met karton en hooi uit het veld, maar dat verteerde snel. En het taaie gras won het vaak van onze jonge bodemplantjes. We probeerden zelfs de STUN-methode (Sheer and Total Utter Neglect): enorm overplanten en er alvast vanuit gaan dat 50% het niet haalt. Met genoeg massa zou er dan toch een systeem ontstaan. Bij ons werkte het niet. Niet omdat het “fout” is, maar omdat ons land—onze klei, onze hitte, onze timing—iets anders vroeg.
Wat wél werkte op voedselbosgebied: leren kijken naar je eigen plek
Er ging ook heel veel goed en vooral: we leerden observeren. We leerden van de natuur. We vonden het meest vruchtbare stukje land op ons terrein, vlak voor ons huidige terras waar vroeger de septic tank van de koeien onderlag en het lekken ervan maakte het stukje grond tot de dag van vandaag vruchtbaar. We leerden dat we met één keer ploegen veel lucht brachten in de zware klei, waardoor we ook veel gemakkelijker gaten konden graven. We leerden dat alles wat we op contour deden en met swales zodat we zoveel mogelijk water opvangen echt het beste werkte op ons stukje grond. We leerden dat geënte bomen uit een pot het verschrikkelijk lastig hebben bij ons. Hoe kan het ook anders? Hoe moeten die opgekweekte boompjes in een pot met elke dag water en voedsel het nou ineens doen wanneer ze in de klei en zon uitgeplant worden en zeker niet elke dag water krijgen. Dat vraagt wel heel veel aanpassingsvermogen van de plant. Met de jaren leerden we dat de taaiere fruitbomen die opgegroeid zijn uit zaad het veel beter doen, of wilde soorten die kleinere appeltjes en zure pruimen geven. Hun oogst is vaak minder zoet en sappig, maar wel uitbundiger en heel vaak laten de wormen ze ook met rust. Onze varkens vinden dat fruit nog steeds heel lekker. En wij? Wij werden creatiever in de keuken.

Overvloed zien: ons voedselbos van bovenaf
Twee jaar geleden had een participant aan de voedselboscursus bij ons een drone meegenomen en toen we onze plek van bovenaf zagen, werden we ons voor het eerst bewust van de overvloed. Hoeveel groener het is geworden in de 18 jaar dat we hier nu wonen. Er is veel vitaliteit teruggekomen, van bovenaf ziet onze plek er uit als een oase in een woestijn van akkers. De wilde dieren weten het ook. Het is altijd een magische ontdekking hoe uit het niets vandaan nieuwe insecten hun weg vinden naar het land, zoals de eenhoorn bidsprinkhaan of het vliegende hert. Inmiddels is een tuinslang tot volwassendom gegroeid en af en toe zien we ze verlegen zonnen op een verscholen plekje op het land. De buizerds blijven extra lang hangen boven ons veld, want de muizen en mollen zijn met veel en lekker vet en de uil woont hier nu gewoon het hele jaar door.
Is dit een “echt” voedselbos?
Maar is het een echt voedselbos, zoals een voedselbos bedoeld is?
In de theorie bouw je lagen op, en geven alle lagen oogst. Bij ons is er zeker oogst—en soms prachtig veel:
- Wilde kleine kersen doen het geweldig
- In goede jaren barsten we van de perziken
- Muizen hielpen ons walnoten en wilde pruimen “uitplanten” in de swales
- Nashipeer doet het wondermooi
- Amandelen zijn blij
- Elk jaar hebben we zwartebessenjam
Maar we missen de verschillende lagen. Het is ons nooit goed gelukt om een bodembedekkerlaag te installeren.
Maar we missen de verschillende lagen. Het is ons nooit goed gelukt om een bodembedekkerlaag te installeren en we komen niet verder dan drie lagen: bomen, struiken en veel kruiden.
We hebben zeker ontdekt dat een voedselbos geen concept is dat je “even neerzet”. Het is een lange termijn relatie. En relaties zijn zelden perfect. We zijn meer een permacultuurplek dan een voedselbos waar gedurende de jaren onze focus en aanpak veranderden.

Een van de meest recente projecten op het meest vruchtbare stukje grond.
Onze nieuwe aanpak: minder van wat wij willen en meer samenwerking
We blijven kleinere nieuwe projecten aanplanten, we houden van uitproberen en zoeken naar een grotere vitaliteit van het land. Maar we zijn anders gaan planten. We zoeken niet meer naar een voedselbos dat “volgens het boekje” 80% groente- en fruitopbrengst geeft.
We laten nu grotere stukken land verwilderen en het is zo interessant te zien hoe de planten door de jaren elkaar opvolgen. Over twintig jaar zijn wij oud, maar is er dan wel een bos met eiken en essen. We zoeken naar wilde appels die wel lekker zijn en we hebben een best off van fruit en nootbomen waarvan we weten dat ze het meestal goed doen.
De mythe van “niet ploegen, karton, planten, mulchen en klaar”
Na onze permaculture design course hadden we plannen bedacht waar we veel van uitgeprobeerd hebben, maar die niet zo mooi groeiden als de theorie beloofde. Het is een prachtig verhaal dat je nooit ploegt, karton gebruikt, plant, mulcht en laat groeien, maar het is een fabeltje, zeker voor de met zijden handschoentjes gekweekte fruitsoorten in een pot. Zij hebben heel veel aandacht en aanpassingsvermogen nodig in de uitdagingen van vandaag op het gebied van klimaatextremiteiten en verarmde bodems. Wij hebben velen een wisse dood tegemoet laten treden door dat alsmaar niet te doen omdat filmgrage YouTubers en theoretische blogexperts vertelden dat het echt niet hoefde. Er is veel gebeurt op ons land, we hebben veel geexperimenteerd en geleerd en als we diep observeren, dan is het land een extensie van wie Santi en ik als personen zijn: een beetje rommelig en wild, wat watertjes en hier en daar en verstopte magie in de vorm van nieuwe wilde dieren of een aziatische sichuan pepper die het geweldig doet. Onze boerderij is een samenwerking met de natuur geworden, waar wij niet meer onze wil opleggen omdat iemand zegt dat je het zo moet doen. In ons leerproces met de natuur was het net zo noodzakelijk om naar binnenkijken wie wij zijn als mensen, hoeveel tijd we hebben voor onze tuin. We runnen ook een retraite centrum waar al onze tijd in gaat zitten in de zomer en dan is er geen puf en tijd meer om met gietertjes water de hitte van de tuin te lijf te gaan.
Langzaam maar zeker groeiden wij en onze plek naar meer vitaliteit, samen. Elk jaar komt er een beetje meer leven bij en we zijn blij met alles wat het land ons geeft.

Elk jaar komt er meer leven bij.
De uitnodiging van de natuur
Zeker, het zou meer en groter en beter kunnen op onze plek, maar dat is precies niet zoals Santi en ik zijn. We houden van de weg en de leerschool zelf, het gaat ons niet om een zeker eindresultaat, want we denken niet dat er een einde is, meer een continuering van de samenwerking met de natuur.
Laat je nu niet ontmoedigen, dat is niet ons doel. Doe het, laat het niet bij lezen en studeren blijven, trek je laarzen aan en ga boompjes planten. Maar doe het met zachte ogen en open blik, niet als een project dat “af” moet. Houdt openheid en ga een gesprek aan met je land. Een gesprek waarin je soms te hard praat, soms te weinig luistert, en waarin je gaandeweg leert: dit stukje aarde heeft zijn eigen tempo, zijn eigen fratsen en zijn eigen magie en schoonheid.

Praktische Voedselbos Retreat in Frankrijk (2026)
Als je zin hebt om dat gesprek samen te voeren—met theorie én realiteit, met inspiratie én modder aan je schoenen—dan ben je welkom bij ons.
Elk jaar ontvangen we een team van bijzondere ervaren voedselbos en inmaak specialisten. De Voedselboss Martijn Aalbrecht kent bijna iedereen die al even bezig is met de materie.
Heb je zin om te komen? Je krijgt van ons belangrijke theorie, maar ook een echt verhaal. We gaan langs de projecten die wel werkten en ook degenen die niet werkten. We gaan op bezoek bij inspirerende plekken. De Happy Farm van boeddhistisch klooster Plum Village van Thich Nhat Hanh. Met hun eindeloze stroom vrijwilligers hebben ze een geweldig project neergezet waar ze h
eel veel jaargroenten telen, maar ook een mooi beginnend voedselbos hebben neergezet. We gaan op bezoek bij Frederique van Moulin Scalagrand, een vrouw vol passie die met eindeloze energie haar plek heeft omgetoverd tot een permacultuurparadijs.
De Praktische Voedselbos Retreat in Frankrijk
Een retreat cursus over Voedselbossen, Zelfvoorzienend Leven, Wildplukken, Fermenteren en inmaken
2026 van 30 mei tot 6 juni
Deze cursus is opgezet in twee modules waaraan je apart of in zijn geheel deel kunt nemen. Het levert een flink financieel voordeel op wanneer je beide modules komt volgen.
Module 1: 30 mei – 4 juni 2026 Praktische Voedselboscursus en zelfvoorzienend leven vanaf €795 in je eigen tentje en €950 in een accommodatie.
Module 2: 2-6 juni 2026 Wildplukken, inmaken en zelfvoorzienend leven vanaf €750 in je eigen tentje en €895 in een accommodatie.
Module 1&2 samen: 30 mei – 6 juni vanaf €995 in je eigen tentje en €1195 in een accommodatie (het is dus zo’n €600 korting als je voor beide modules komt)!
Het is ook een workshop om je te ontspannen en op te laden op een bijzondere natuurplek en permacultuur boerderij.
Voor meer informatie en reserveren klik hier
